Wetgeving preventieadviseur - externe dienst (Codex boek II, titel 3)

WAT ZEGT DE WET?Wat zegt de wet


SAMENGEVAT

  • Alle preventieadviseurs moeten minstens beschikken over voldoende basiskennis
  • Hiervoor volgen ze de basiscursus (niveau III) van minimum 40 uur bij een erkende instelling
  • Sommige interne preventieadviseurs volgen verplicht de aanvullende vorming (niveau I of II)
  • Alle externe preventieadviseurs volgen verplicht de aanvullende vorming (niveau I) bestaande uit een multidisciplinaire basismodule van 120 uur, aangevuld met een relevante specialisatiemodule
  • Jaarlijks verplichte bijscholing voor alle preventieadviseurs (3 dagen aanbevolen)

EXTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (Codex boek II, titel 3)

“De afdeling belast met risicobeheersing bestaat uit preventieadviseurs die deskundig zijn op het gebied van:

  • de arbeidsveiligheid;
  • de arbeidsgeneeskunde;
  • de ergonomie;
  • de bedrijfshygiëne;
  • de psycho-sociale aspecten van de arbeid [waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk”

“Een preventieadviseur is deskundig op één van de in artikel II.3-29 be-doelde gebieden, indien hij aan de volgende voorwaarden voldoet:

1° wat de arbeidsveiligheid betreft, academisch gevormd ingenieur of industrieel ingenieur zijn, en het bewijs leveren dat hij met vrucht een aanvullende vorming van niveau I bepaald in artikel II.4-3 heeft beëindigd;

2° wat de arbeidsgeneeskunde betreft, de houder van een diploma van arts die bovendien:

a) ofwel houder is van een diploma dat toelaat de arbeidsgeneeskunde te beoefenen;
b) ofwel houder is van de titel van specialist in de arbeidsgeneeskunde;
c) ofwel geslaagd is in de theoretische vorming voor het behalen van de titel van specialist in de arbeidsgeneeskunde, waarin de kennis vereist in de multidisciplinaire basis-vorming is begrepen, en die titel behaalt ten laatste binnen de drie jaar die er op vol-gen;

3° wat betreft de ergonomie, de houder van een master diploma van een universiteit of van een master diploma van hoger onderwijs op universitair niveau en die:

a) het bewijs levert met vrucht een multidisciplinaire basisvorming en een module spe-cialisatie ergonomie te hebben beëindigd als bedoeld in artikel II.4-22, § 1, 1°;
b) bovendien minstens drie jaar nuttige praktische ervaring bewijst;

4° wat betreft de arbeidshygiëne, de houder van een master diploma van een universiteit of van een master diploma van hoger onderwijs op universitair niveau en die:

a) het bewijs levert met vrucht een multidisciplinaire basisvorming en een module spe-cialisatie arbeidshygiëne te hebben beëindigd als bedoeld in artikel II.4-22, § 1, 2°;
b) bovendien minstens drie jaar nuttige praktische ervaring bewijst;

5° wat de psychosociale aspecten van de arbeid betreft, de houder van een einddiploma van een universiteit of van een einddiploma van hoger onderwijs op universitair niveau waar-van het curriculum een belangrijk aandeel psychologie en sociologie bevat en met daar-enboven reeds een eerste specialisatie in de domeinen van arbeid en organisatie en die:

a) het bewijs levert met vrucht een multidisciplinaire basisvorming en een module spe-cialisatie psychosociale aspecten van het werk te hebben beëindigd als bedoeld in ar-tikel II.4-22, § 1, 3°;
b) bovendien vijf jaar nuttige praktische ervaring bewijst."

  • De preventieadviseurs van de externe diensten moeten deskundig zijn op het gebied van arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, ergonomie, arbeidshygiëne of psychosociale aspecten van het werk
  • Zij moeten in elk geval beschikken over een (al dan niet specifiek) masterdiploma
  • Met uitzondering van de arbeidsgeneesheren moeten alle preventieadviseurs van de externe diensten een aanvullende vorming volgen die een multidisciplinaire basismodule omvat, aangevuld met de relevante specialisatiemodule

AANVULLENDE VORMING (NIVEAU I, II)

VORMING EN DE BIJSCHOLING VAN DE PREVENTIEADVISEURS VAN DE INTERNE EN EXTERNE DIENSTEN VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (Codex boek II, titel 4)

De aanvullende vormingen zijn modulair opgebouwd en omvatten een multidisciplinaire basismodule en een specialisatiemodule van het eerste of het tweede niveau.”

“Het lesrooster van de multidisciplinaire basismodule beslaat ten minste 120 uren. Het lesrooster van de specialisatiemodule van het eerste niveau beslaat ten minste 280 uren. Het lesrooster van de specialisatiemodule van het tweede niveau beslaat ten minste 90 uren, gespreid over maximum één jaar.”

De basismodule van 120 uren is multidisciplinair opgevat, zodat alle preventieadviseurs, ongeacht hun discipline of niveau (I of II) en ongeacht of zij tewerkgesteld zijn in een interne dan wel een externe dienst hetzelfde volgen.

De inhoud van de specialisatiemodules verschilt echter naargelang de discipline en het niveau:
o preventieadviseurs-arbeidsveiligheid: niveau I (280 uren) en niveau II (90 uren)
o ergonomie, arbeidshygiëne en psychosociale aspecten van het werk bestaan er specifieke specialisatiemodules (280 uren) per discipline

DESKUNDIGHEDEN VAN DE PREVENTIEADVISEURS VAN DE EXTERNE DIENSTEN VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (Codex boek II, titel 4)

Deze titel van de van boek II bevat de specifieke regels die van toepassing zijn op de preventieadviseurs van externe diensten.

BIJSCHOLING

INTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (Codex boek II, titel 1)

“De preventieadviseurs hebben het recht en de plicht zich te vervolmaken.”

VORMING EN DE BIJSCHOLING VAN DE PREVENTIEADVISEURS VAN DE INTERNE EN EXTERNE DIENSTEN VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (Codex boek II, titel 4)

“De bijscholing wordt jaarlijks georganiseerd en heeft betrekking op belangrijke wijzigingen of nieuwe bepalingen inzake de wetgeving over het welzijn op het werk, alsook op de vooruitgang van wetenschap en techniek in dit domein.

De bijscholing wordt georganiseerd onder de vorm van studiedagen of seminaries van min-stens drie, al dan niet opeenvolgende dagen, met betrekking tot ten minste twee vaardigheden of kennisgebieden bedoeld in de bijlagen II.4-2, II.4-3, II.4-4, II.4-5, II.4-6 en II.4-7.”

  • De verplichting tot bijscholing geldt voor alle preventieadviseurs, ongeacht of het gaat om preventieadviseurs die een aanvullende vorming (niveau I of II) hebben, dan wel om preventieadviseurs met basiskennis.
  • De omvang van de bijscholingsplicht voor de preventieadviseur moet worden bepaald in overleg met de werkgever
  • Voor niveau 1 en 2 geldt echter de jaarlijkse driedaagse bijscholing als een goede praktijk die sterk aanbevolen wordt

Snelle links

★★★★★ Praxis Training krijgt een 8,7 uit 10 op basis van 5864 beoordelingen.