Wetgeving brandbestrijding (Codex boek I, titel 2)

WAT ZEGT DE WET?Wat zegt de wet


SAMENGEVAT

  • Elke werkgever richt een brandbestrijdingsdienst op
  • De leden van de brandbestrijdingsdienst volgen een specifieke opleiding met verplichte bijscholing
  • De werkgever voorziet voor elke werknemer de nodige vorming betreffende de preventiemaatregelen. Ook deze vorming wordt op gezette tijdstippen herhaald
  • Evacuatieoefeningen worden minstens 1x per jaar georganiseerd

BELEID INZAKE WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK (Codex boek I, titel 2, hoofdstuk III )

“De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer een voldoende en aangepaste vorming in verband met het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk ontvangt die speciaal gericht is op zijn werkpost of functie. Deze vorming wordt inzonderheid gegeven:

  • bij indienstneming
  • bij een overplaatsing of verandering van functie
  • bij de invoering van een nieuw arbeidsmiddel of verandering van een arbeidsmiddel
  • bij de invoering van een nieuw technologie

Deze vorming wordt aangepast aan de ontwikkeling van de risico’s en aan het ontstaan van nieuwe risico’s en wordt indien nodig, op gezette tijden herhaald.

De kosten van de vorming mogen niet ten laste zijn van de werknemers. De vorming wordt gegeven tijdens de werktijd.”

De term gezette tijden wordt niet verder gespecifieerd, maar betekent hetzelfde als regelmatig. Uit de praktijk blijkt dat een heropfrissing om de 5 jaar, onder invloed van veranderende wetgeving, is aanbevolen.

BRANDPREVENTIE OP DE ARBEIDSPLAATSEN (Codex boek III, titel 3)

Titel 3 van boek III legt de werkgevers op alle fundamentele aspecten van een algemeen brandpreventiebeleid uit te voeren. Deze maatregelen zijn uitgewerkt in specifieke onderafdelingen.

TRAINING BRANDBESTRIJDINGSDIENST

“Elke werkgever richt een brandbestrijdingsdienst op.”

In tegenstelling tot wat opgelegd werd door artikel 52.10.6 van het ARAB, moet elke werkgever een brandbestrijdingsdienst oprichten, om het even het aantal werknemers aanwezig in de onderneming. Deze aanpak laat toe zich ervan te verzekeren dat er steeds tenminste één persoon zal zijn die vermoedelijk kan tussenkomen bij het begin van brand.

De brandbestrijdingsdienst is belast met het vervullen van de taken bedoeld om:

  • het ontstaan van een brand te vermijden
  • de evacuatie te vergemakkelijken
  • een begin van brand te blussen of te beheersen

In functie hiervan volgen de leden van de brandbestrijdingsdienst een specifieke opleiding, waarvan de concrete vaardigheden en de opleiding zijn vastgelegd in bijlage van het besluit.

Los van het aantal werknemers, moet elke werkgever een brandbestrijdingsdienst oprichten! 

“De werkgever vergewist zich ervan dat de brandbestrijdingsdienst beschikt over voldoende middelen om haar taken volledig en efficiënt te vervullen.

De werkgever bepaalt inzonderheid:

  • het aantal werknemers dat deel uitmaakt van de dienst;
  • de bekwaamheden nodig voor het uitvoeren van hun taken, rekening houdend met de minimale bekwaamheden zoals vastgelegd in bijlage 1;
  • de specifieke opleidingen nodig voor het verwerven van deze bekwaamheden, rekening houdend met de voorschriften opgenomen in bijlage 1*;

* “De opleiding betreffende de interventie bij brand omvat theoretische en praktische elementen, onder andere praktische oefeningen in het gebruik van de beschermingsmiddelen tegen brand volgens interventiescenario’s
* “De opleiding betreffende de evacuatie van de aanwezigen omvat theoretische elementen en praktische oefeningen betreffende de evacuatie
* “Bijscholingen betreffende deze opleiding worden op regelmatige wijze georganiseerd”.

TRAINING WERKNEMERS

Naast de specifieke opleiding voor de brandbestrijdingsdienst, moet de werkgever ook voor elke andere werknemer in training voorzien. Met als doel zich ervan te verzekeren dat elke werknemer wel degelijk over de nodige kennis van de preventiemaatregelen beschikt.

De werkgever moet voor elke werknemer een opleiding voorzien zodat hij over de nodige kennis van de preventiemaatregelen beschikt! 

“Overeenkomstig het art. 21 van het koninklijk besluit van 27/03/1998 (zie hierboven) betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, geeft de werkgever aan de werknemers de nodige vorming betreffende de preventiemaatregelen bedoeld in dit besluit. De opleidingen worden georganiseerd overeenkomstig de schriftelijke procedures bedoeld in art. 24 en hebben voor de werknemers tot doel de volgende bekwaamheden te verwerven:

  • de bekwaamheid een gedrag aan te nemen dat van die aard is om het ontstaan van een brand tijdens de uitvoering van hun taken te voorkomen;
  • de bekwaamheid om op gepaste wijze te reageren in geval van de ontdekking van een brand of de aanwezigheid van rook;
  • de bekwaamheid om de waarschuwing te geven;
  • het begrijpen van de waarschuwings- en alarmsignalen;
  • de bekwaamheid om, in geval van alarm, de instructies betreffende de evacuatie te volgen en correct toe te passen.
  • daartoe omvat de opleiding inzonderheid evacuatieoefeningen die tenminste één keer per jaar worden georganiseerd.”

“Deze vorming wordt aangepast aan de ontwikkeling van de risico’s en aan het ontstaan van nieuwe risico’s en wordt indien nodig, op gezette tijden herhaald.”